Wist ik veel dat ik klein zou blijven…  

22/09/2017

Als 7 jarig meisje had ik niet door dat ik niet zo lang was. Dus besloot ik – tot grote ontsteltenis van mijn ouders – op basketbal te gaan. Al vrij snel torenden mijn teamgenoten mijlenver boven mij uit. Al vroeg in mijn basketbalcarrière kreeg ik dan ook een aantal beter bij mijn fysieke kenmerken passende posities toegewezen. Ik was de snelle, de wendbare, goed (op mijn niveau) in de 1 op 1 acties. Maar je moest mij niet tegenover meerdere tegenstanders tegelijkertijd zetten. En al helemaal niet als ze ook nog eens lang waren. Daar kwam ik met mijn 1.60 en kippenarmpjes niet doorheen. Gelukkig had ik altijd teamgenoten, die wel lang en sterk waren, en die zich wel wisten vrij te spelen zodat ik hen de bal kon toespelen. Dat wist ik, doordat we dat tijdens eerdere trainingen en wedstrijden hadden ontdekt.  

Ik had nagenoeg nooit zin om te trainen. In het eindstadium van mijn basketbalcarrière zelfs dusdanig weinig dat ik nog amper kwam. Een overduidelijk teken dat ik moest stoppen, want trainen is essentieel. Essentieel om zelf te groeien, maar ook om een team te worden, te leren inspelen op elkaar en te weten wat de ander kan. Je leerde tijdens de training waar je tegenaan liep en waar je teamgenoten waren om jou op dat moment op te vangen. Op die manier leerde je om te gaan met je mindere kanten, maar je leerde ook te vertrouwen op de kwaliteiten van je teamgenoten. En dit kwam tijdens de wedstrijd van pas. Waar mijn ouders overigens zeer regelmatig aan de kant zaten, voor support en het luisterend oor.  

Niet iedereen kan met cijfers omgaan, kan genuanceerd een boodschap overbrengen, overtuigen, of urenlang dossiers bestuderen om de onderste steen boven te halen.

De parallel naar de werkvloer is snel te trekken. Niet iedereen kan met cijfers omgaan, kan genuanceerd een boodschap overbrengen, overtuigen, of urenlang dossiers bestuderen om de onderste steen boven te halen. En dat hoeft ook niet. Wat wel handig is, is weten wat een ander kan. En daarop weten te vertrouwen. Essentieel daarvoor is de tijd te nemen om je collega te leren kennen, zodat je ook leert begrijpen wat een ander doet en waarom. Dan wordt niet alleen jij beter, maar (vooral) ook je team.  

Mensen laten excelleren, dat is waar het bij House of Performance om draait. Dat doen wij onder andere door met elkaar te kijken naar wie we zijn en wat we kunnen. We nemen de tijd elkaar te leren kennen. Door teamuitjes, door koffiedates, maar ook door voorafgaand aan een project met elkaar om de tafel te gaan zitten en uit te diepen hoe we werken, wat we kunnen en wat onze ontwikkelpunten zijn. Ook wordt er – als je binnenkomt bij HofP – een vragenlijst over je persoonlijkheidstype doorgenomen: ben je introvert of extravert, houd je van feiten, of ga je meer af op grote lijnen en verbanden? Kom je tot besluiten op basis van gevoel of op basis van ratio? Bij het matchen van projectteams, wordt hier vaak op teruggegrepen. En het mooie is, geen enkel profiel is fout, soms is het gewoon niet de juiste match bij de vraag of bij de klant.  

Net als bij basketbal: heb je tegenstanders die op fysieke kracht spelen, dan moet je mij niet op het veld zetten. Zijn ze snel en wendbaar, stel mij dan op. Dat maakt mij niet minder of slechter, dat maakt mij anders. En dat is oké. Je hoeft zelf niet de slamdunk te maken, om toch van grote waarde te zijn. 

Bekijk hier de profielen van mijn collega-HoPpers.

 

charlotte

Over de auteur

Klanten bijstaan met oog voor de mens én voor de organisatie en samen met de klant duurzame resultaten behalen. Dat is waar ik mij mee bezig wil houden.

Naar Charlotte Houben

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *