Complexe vraagstukken hanteerbaar maken

04/07/2022

In een serie interviews zetten wij de collega’s uit ons interim management netwerk in de spotlight. Wie zijn ze? Wat vinden ze tof aan het interim management vak? En waar krijgen ze energie van? Voor dit interview gingen we in gesprek met Theun Creton.

Wat vind jij het leukste aan je vak?

Het leukste blijft het samen puzzelen, bouwen en het tijdens de rit ontdekken van onbenut talent. Van oorsprong ben ik econometrist. Dus ik houd van puzzelen, ofwel complexe vraagstukken hanteerbaar maken. Maar ik ben niet iemand die alleen maar bezig is met modellen. Modellen dienen de mens, en die laatste vind ik veel interessanter. Iedere opdracht begint met de vraag: waarom is het gelegitimeerd dat ik hier aan tafel zit? Daarmee maken we met elkaar het vraagstuk helder en vind ik mijn plek binnen het team. Interactie is mijn motor. Ik ben oprecht geïnteresseerd in wat mensen beweegt. Daarbij geloof ik dat zij zelf het beste weten wat ze nodig hebben. Ik hoor mijzelf veelvuldig zeggen ‘jouw manager heeft jouw aansturing nodig’. Ook de antwoorden op grote strategische vraagstukken zijn voor het merendeel, bewust of onbewust, aanwezig bij de mensen die het werk uitvoeren. Deze naar boven halen en zichtbaar benutten geeft zoveel voldoening en energie. Daar lift ik zelf vol op mee.

Voor welk type opdracht loop jij warm?

Het kan mij niet complex genoeg zijn. Waar anderen afhaken, word ik wakker. Dat valt vaak samen met het moment dat de opdrachtgever bij je komt, omdat de organisatie er in vast loopt. Maar de ene opdracht is natuurlijk complexer dan de andere. Dus geef mij maar die hele complexe. Complex is een gelaagde combinatie van inhoud, context, dynamiek, sturing en besluitvorming. Waar altijd een multidisciplinaire aanpak nodig is. Binnen de eigen organisatie, maar ook met actieve betrokkenheid van stakeholders. Zo werkte ik in de Coronacrisis met een GGD-team dat ineens voor een enorme uitdaging stond. Waar onderzoekers normaal maanden de tijd hadden, hadden we nu binnen twee weken antwoorden nodig, want maatregelen in de wijk konden niet wachten. Zo is een kort-cyclische werkwijze ontstaan van het ophalen van ‘oog en oor’ input vanuit de wijk, duiding door onderzoekers en de ontwikkeling van interventies voor een snelle en doelmatige toepassing in de wijk. Dat vroeg om een drastisch andere manier van denken en werken. Normaal misschien nog niet zo ingewikkeld, maar wel met het hele umfeld van de crisis erbij.

Wat is je grootste succes tot nu toe?

Er komen een aantal successen in me op. En het is lastig vergelijken. Maar ik denk nu aan een traject waar ik trots op ben, omdat het ongelooflijk complex was en nog steeds succesvol is. In een consortium van Universiteit, HBO en Voortgezet en Primair onderwijs zijn academische werkplaatsen vormgegeven. Dit met het doel om interventies te ontwikkelen die direct ‘in en om’ de klas toegepast kunnen worden. Dat had wel de nodige voeten in de aarde. Als je het onderwijsveld kent, dan weet je dat er veel stakeholders zijn met totaal verschillende bloedgroepen. Het was echt een multidisciplinair traject. Ik ben overal geweest en heb met iedereen gesproken. Daaruit heb ik de rode draad gedestilleerd en kon ik een aanpak vormgeven waarbij het merendeel zich gehoord voelde. We hebben vanuit Den Haag financiering gekregen voor een eerste praktijkgericht onderzoek en hebben parallel aan de uitvoering het werkplaatsconcept verder doorontwikkeld. Het consortium boekt nog steeds resultaten en de docenten en leerkrachten hebben er daadwerkelijk baat bij.

Een ander succes was een project voor de Gemeente Amsterdam. De vraag was: hoe vertaal je het coalitieakkoord naar wat er nodig is in de wijk? Dan moet je 30 directies laten praten met 20 gebieden. Dat is een flinke matrix waarmee specifieke inhoud gekoppeld wordt aan het gebied waar het nodig is. We hebben daarvoor de zogenaamde ‘Gebiedscyclus’ ontwikkeld met professionals vanuit zo’n beetje alle onderdelen van de Gemeente Amsterdam. Het zo breed uniform toepassen van een systematiek kan alleen werken als je het de professionals zelf laat bouwen, is mijn ervaring. Zo hebben ze een jaarcyclus ontwikkeld die een gebiedsmonitor omvatte die de input leverde voor een meerjarenplan en de vertaling naar een uitvoeringsplan voor het komende jaar. Alleen al de roostering om de 30 directies en 20 gebieden effectief overleg te laten voeren is een enorme uitdaging. Daar komt dan bij dat het instrumentarium laagdrempelig, gebruiksvriendelijk en doelmatig moet zijn om ook de inhoud goed op tafel te krijgen. Zo’n opdracht vraagt het uiterste van je sensitiviteit en tactisch vermogen, maar ook de econometrist in mij komt dan naar boven. Want die wil de complexiteit zo hanteerbaar en praktisch mogelijk maken.

Wat is de belangrijkste drijfveer in je werk?

Ik heb tien jaar geleden een reorganisatie doorgevoerd bij een grote telecomorganisatie. Als ik daarover vertel, vertel ik over die ene professional die onzichtbaar was met een bureau, letterlijk in een afgelegen hoekje. Tijdens mijn project heeft hij zich ontpopt als een zeer waardevolle en creatieve kracht. Aansluitend is hij in een management development traject gestapt en is nu het type manager die je een team gunt. Kortom, het benutten van talent is waar het bij mij om draait. Daar ga ik op ‘aan’. Daarom ben ik veelvuldig actief met programma’s gericht op continu leren.

Verder geloof ik dat de antwoorden op de meeste vragen vanuit de professionals en mensen op de werkvloer moeten komen. Zij lopen aan tegen vragen en klachten en hebben vaak hele goede ideeën. Ik zie het als mijn taak om juist die verticale interactie van werkvoer tot aan directie duurzaam te installeren. Wanneer je een systematiek hiervoor integraal onderdeel maakt van het dagelijks werk, heb je één van de belangrijkste bouwstenen te pakken voor een continu lerende organisatie met een flinke basis aan verandervermogen.

Hoe matcht dat met het interim netwerk van House of Performance?

De match die wij hebben, is denk ik dat we allebei werken op de verticale lijn van directie tot werkvloer. Daarnaast hebben we hetzelfde motto: ‘Het. Kan. Beter.’. Dat is mijn grondhouding. Zonder te veroordelen hoe het nu gaat overigens. Mijn drijfveer is echt kijken wat er achter gedrag zit. Vanuit een nieuwsgierige houding. Als je daarvoor openstaat, wordt het leuker.

Op welke manier draag jij bij aan het netwerk?

Naast interim opdrachten begeleid ik management teams en directies. Daarvoor word ik door collega’s op lopende opdrachten ingevlogen als een interventie nodig is. Daarnaast draag ik collega-interimmers aan bij mijn opdrachtgevers. En tot slot spar ik regelmatig met collega’s over situaties waar zij tegenaan lopen. Samen puzzelen, ontdekken en leren. Dat vind ik heel leuk, dus ook met mijn collega interimmers.

Heeft jouw organisatie behoefte aan verandercapaciteit? Wil je de gewenste verandering van binnenuit realiseren? Of wil je gewoon meer weten over het netwerk van interim managers van House of Performance? Neem dan nu contact met ons op!

Het kan beter

Wat kan er volgens jou beter? We vernemen het graag van je!

reCAPTCHA is required.
BK-20180727-HOP-0003

Over de auteur

Het ontwikkelen en benutten van het menselijk potentieel binnen organisaties om zo meer werkgeluk én betere prestaties te realiseren, vind ik fascinerend. Gaaf om daar vanuit marketing aan bij te dragen!

Naar Jeremy Husmann
Geef een reactie hier...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.