Ik ben niet scherp genoeg. Of ligt het gewoon aan de ander?

29/08/2016

Woensdagochtend 8 uur. Op de Whatsapp staat een berichtje van mijn collega. “Heb je dat document nog doorgestuurd of niet?” Een krachtterm spreek ik binnensmonds uit. Vergeten! Gisteravond, in een telefonisch gesprek, had ik hem in de voorbereiding op een gesprek een document beloofd dat hij kon gebruiken in een klantgesprek. “Ik stuur het je vanavond nog toe’”, had ik beloofd.

Niet gedaan dus. “Ben ik nog op tijd als ik het nu verstuur?”, schiet door mijn hoofd. Excuses vallen over elkaar heen om een verklaring te geven waarom ik het niet verstuurd had. Na het gesprek met mijn collega had ik namelijk een gesprek met een klant. Dat maakte dat mijn aandacht daarna volledig bij deze klant was. En niet bij het document van mijn collega. “Het was ook al wel een krappe voorbereiding van hem”, hoorde ik mezelf denken. Ik merkte hoe snel ik mijn probleem bij de ander in zijn schoot wierp.

Stop. Mijn belofte, mijn verzaken. Ik was niet scherp genoeg. En juist ik was het die de afgelopen twee weken iedere keer zag hoe collega’s in mijn ogen niet scherp genoeg waren. In klantgesprekken die onvoldoende waren voorbereid, in onderlinge overleggen die meer op een theekransje leken dan op professioneel werken. Ik zag het zelfs aan de lunchtafel waar enkele spullen over de datum en met haren erop op tafel stonden. Ik dacht bij mezelf: “Ben ik nu de enige die het ziet? Overdrijf ik nu dat ik het eigenlijk niet okay vind? Maak ik het kenbaar of niet? Zijn het incidenten of is dit de nieuwe normaal?” En nu was ik het zelf. Niet scherp.

Het herinnert me aan de uitspraak van een succesvolle sportcoach. Je speelt de wedstrijd zo goed als je de dagen ervoor hebt getraind. Hij prent zijn spelers in dat de beleving en intensiteit van de training net zo hoog moet zijn als in een wedstrijd. Je kunt niet slap trainen en dan verwachten dat je vlijmscherp de wedstrijd speelt. Je oefent zoals je wilt spelen, dat geldt in fysieke vorm én ook in mentaal opzicht.

Ik kijk naar mezelf en zie hoe snel ik oordeel over de ander, “Ja maar hij had beter…”. Ik zie hoe snel ik een verklaring zoek voor mijn eigen fout. Ik zie hoe snel ik het bagatelliseer. Het zal wel meevallen met die nieuwe moraal van ‘het is wel okay zo’. Ik merk hoe lastig ik het vind om het bespreekbaar te maken. En tegelijkertijd herinner ik me de woorden van de topcoach. Ik kijk de afgelopen weken de Olympische Spelen en zie wat het verschil maakt tussen goud winnen of de finale niet eens halen. Daar zit weinig tussen. Wat blijft hangen zijn de uitspraken van winnaars en verliezers: “Ik heb er alles maar dan ook alles voor gedaan, dat is wat mij drijft.”

Dan denk ik weer aan mezelf en zie dat ik dat nu niet kan zeggen. Mijn oefening is verslapt. Eens kijken of mijn collega’s het verhaal herkennen.

Het kan beter

Wat kan er volgens jou beter? We vernemen het graag van je!

reCAPTCHA is required.
heiko

Over de auteur

Perspectief is de potentie tot creatie en verandering. Dat vraagt oplossing van de ‘hoe-dan’ vraag. Ik geef graag betekenis door te schouwen, te puzzelen en aan te zetten tot actie.

Naar Heiko van Eldijk
Geef een reactie hier...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *