We doen het niet

17/06/2016

“We doen het niet”, sprak ik zo duidelijk als ik kon.

We waren eenduidig en unaniem in onze keuze geweest. De opdracht paste op de eerste aanblik volledig bij onze dienstverlening. Hoe bouw je ons bedrijf om tot een meer lerende organisatie. De opdrachtgever leek uit het goede hout gesneden; no-nonsense, een pragmatische denker en kwetsbaar als het ging om zijn eigen handelen. In de aanpak kregen we de vrijheid en ruimte om onze eigen visie te verwerken. We gingen met de directie de langetermijnkaders bepalen. De vertaling naar het doen en de consequenties deden we samen met de werkvloer. En toch waren we unaniem in onze beslissing.

“Huh, wat zeg je. Jullie doen het niet? Waarom dat dan?”, sprak de verbaasde CEO. Ik herhaalde de goede fit met de opdracht, opdrachtgeverschap en aanpak. “En toch doen we het niet”, sprak ik nu wat zachter. “Ik herken de fit ook zoals je beschrijft, sprak de hoorbaar verbaasde directievoorzitter. “Wat is er misgegaan?”

“Wat er misgaat, is dat ik niet de juiste collega’s voor deze klus op dit moment beschikbaar heb. We zijn gecommitteerd aan lopende opdrachten, die wil ik niet on hold zetten of afbreken. En ik wil geen concessies doen aan de noodzakelijke kwaliteit voor dit project. Wat er in mij ogen is misgegaan, is dat wij onvoldoende geanticipeerd hebben op dat opdrachten ook sneller dan het gemiddelde worden verstrekt.

“Wat zeg je daar?,” klinkt het verbaasd.

“Tijdens het bepalen van de opdracht en het bepalen van de aanpak hebben we altijd gesproken over en gepland met een start na de zomer. Aangezien we nu voor de zomer al kunnen starten door het snelle akkoord met de OR kom ik klem te zitten qua bemensing. Ik vind het super vervelend, maar die versnelling met drie maanden gaat ten koste van de kwaliteit van het team. Dat willen en gaan we niet doen. Niet voor jou en niet voor ons. Ik wil geen te onervaren adviseurs op deze klus, ik wil geen zelfstandige adviseur onder onze vlag het werk laten doen die ik onvoldoende goed ken. Geloof me, ik heb alle opties om deze opdracht in te vullen onderzocht. En ondanks dat ik anders zou willen, zie ik geen andere oplossing dan je te helpen kijken naar een conculega die je wel snel kan helpen”.

“Ik begrijp het.” Verbazing en ongeloof werden in de stilte hoorbaar. Maar ik wil het niet begrijpen, vervolgde hij. “Ik wil deze opdracht met jullie doén!” Een aantal krachttermen knalden over de lijn. Niet vanuit boosheid of verwijt, maar vanuit ontluistering. “Ik baal hier enorm van zeg. Pfff, ik ga wat mensen spreken en de consequenties bekijken. Ik bel je morgen.” Met een klik was de verbinding verbroken en wellicht ook een project met veel potentie.

Thuis vraagt mijn zoon me naar mijn dag. “Ik heb een enorme baaldag,” zeg ik. “Ik heb nee moeten zeggen tegen een opdracht die ik heel graag had willen uitvoeren. Ik baal ervan omdat ik me afvraag hoe ik het had kunnen voorkomen. Ik verwijt het mezelf. Ik heb niet op tijd ingezien dat we een risico hadden met het bijeenbrengen van het juiste team. Hoewel ik wel achter mijn keuze sta om geen concessies te doen aan de kwaliteit van het team omwille van de klus. Dat past niet binnen onze waarden. Maar ik baal dat het niet anders is”, besluit ik en zie dat zijn aandacht al weer naar zijn telefoon gaat. Bijna terloops komen de wijze woorden, met een oog op mij en een oog op zijn telefoon gericht. “Dus je hebt een enorme baaldag pap. Had ik ook, ik had tot het achtste uur vandaag. Ik was pas om kwart over vier uit.” Enorm balen zoals jij dat zegt. Maar ja, morgen heb ik lekker de laatste twee uur vrij. Mijn gymleraar is ziek. Lekker morgenmiddag dus chillen. Dus ja, misschien is het morgen bij jou ook wel chiller.” En toen waren beide ogen weer op zijn telefoon gericht.

De koning is dood, lang leve de koning, dacht ik.

De volgende ochtend loop ik naar kantoor. De telefoon gaat, wederom de CEO van gisteren aan de lijn. Licht gespannen begroet ik hem zo hartelijk mogelijk. “Ik heb slecht geslapen,” zegt hij. Ik heb gisteren met iedereen nog gesproken die betrokken was; collega’s, OR en zelfs de RvC. We balen er allemaal van. Vanochtend hadden we een conference call met een klein groepje. Ook wij waren eenduidig en unaniem in ons oordeel sprak hij ferm. “Ik merk dat mijn hartslag versneld. Doorademen. “We gaan het project niet uitstellen, wel temporiseren op basis van de beschikbaarheid van jullie team. Die goeie dan hè”, hoor ik hem lachend zeggen.

Mijn mond valt open. Huh? Wat gebeurt hier?

“Unaniem en eenduidig.” zegt hij nogmaals. “Net zoals dat jij geen concessies wil doen aan de kwaliteit van je team willen wij geen concessies doen aan de sparringpartner die ons gaat helpen groeien. Wij geloven eerst in de vent, dan de tent…” Pffff, ik laat me even achterover zakken. Ons gesprek duurt nog een aantal minuten. Details worden doorgesproken, dankwoorden, woorden van wederzijds begrip. De CEO besluit met de woorden:  “We weten nu waar we staan, ook als het spannend wordt. Ik was gisteren echt even van de kaart en het heeft me ook tot de essentie gebracht van hoe we de dingen samen willen doen. Ik heb veel zin om écht te starten straks. Ga jij maar blij je collega’s bellen,” besluit hij.

“En hoe was je dag,” vraagt mijn zoon me ’s avonds wederom. “Top,” zeg ik met een glimlach van oor tot oor. “Had je ook de laatste twee uur vrij pap? Zo zie je er namelijk wel uit. Zei ik toch, morgen kan het weer veel chiller zijn.”

Ik grinnik, heerlijk om zo tegen het leven aan te kijken. En terecht, denk ik. Maar ik heb makkelijk praten met zo’n afloop. Benieuwd of het me ook lukt als het een andere uitkomst had gekregen.

Het kan beter

Wat kan er volgens jou beter? We vernemen het graag van je!

reCAPTCHA is required.
heiko

Over de auteur

Perspectief is de potentie tot creatie en verandering. Dat vraagt oplossing van de ‘hoe-dan’ vraag. Ik geef graag betekenis door te schouwen, te puzzelen en aan te zetten tot actie.

Naar Heiko van Eldijk
Geef een reactie hier...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *